authumb

Gereglementeerde VastgoedVenootschap (GVV)

  • Overgang naar het statuut van GVV

    Op 1 september 2014 heeft de FSMA (Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) Home Invest Belgium erkend als openbare GVV (Gereglementeerde Vastgoedvennootschap) en heeft alle door de vennootschap hiertoe opgestelde documenten goedgekeurd, onder voorbehoud van goedkeuring van deze wijziging van het statuut door de Buitengewone Algemene Vergadering van de vennootschap.

    Op 25 september 2014 heeft Home Invest Belgium een buitengewone algemene vergadering der aandeelhouders bijeengeroepen, die de wijziging van het statuut van de vennootschap van bevak naar GVV, openbare Gereglementeerde Vastgoedvennootschap (overeenkomstig de wet van 12 mei 2014 betreffende de Gereglementeerde Vastgoedvennootschappen) heeft goedgekeurd.

    Home Invest Belgium NV is de eerste Belgische bevak die het statuut van GVV verkregen heeft.

  • Beschrijving van het nieuwe GVV-statuut

    De GVV is onderworpen aan de wet van 12 mei 2014 en het Koninklijk Besluit van 13 juli 2014 betreffende de Gereglementeerde Vastgoedvennootschappen en wordt gecontroleerd door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA).

    De Gereglementeerde Vastgoedvennootschap wordt in de wet gedefinieerd op basis van haar activiteit, die erin bestaat «rechtstreeks of via een vennootschap waarin zij een deelneming bezit conform de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, onroerende goederen ter beschikking te stellen van gebruikers en, in voorkomend geval en binnen de hiertoe vastgelegde grenzen andere soorten vastgoed te bezitten» (aandelen in openbare vastgoedbevaks, aandelen in bepaalde buitenlandse instellingen voor collectieve belegging in vastgoed, aandelen uitgegeven door andere REIT’s en vastgoedcertificaten). In het kader hiervan mag de GVV alle activiteiten uitoefenen die verband houden met de oprichting, de verbouwing, de renovatie, de ontwikkeling (voor haar eigen portefeuille), de verwerving, de vervreemding, het beheer en de exploitatie van onroerende goederen.

    De belangrijkste kenmerken van de openbare Gereglementeerde Vastgoedvennootschap zijn:

    • vennootschap met vast kapitaal;
    • beursgenoteerd;
    • schuldgraad beperkt tot 65% van het totaal van de activa in marktwaarde;
    • de portefeuille wordt geboekt aan de reële waarde, zonder afschrijving van de gebouwen;
    • een gediversifieerde portefeuille: geen enkel gebouw of geheel van gebouwen mag meer dan 20% van het geconsolideerd patrimonium uitmaken, behoudens afwijking toegestaan door de FSMA;
    • zeer strenge regels inzake belangenconflicten;
    • trimestriële evaluatie van het patrimonium door een onafhankelijk expert;
    • indien op het eind van het boekjaar winst geboekt wordt, dient een dividend uitgekeerd te worden dat minstens overeenstemt met het positieve verschil tussen 80% van het gecorrigeerd resultaat en de nettovermindering in de loop van het beoogde boekjaar van de schulden van de GVV, onder voorbehoud van artikel 617 van het Wetboek Vennootschappen;
    • winst is onderworpen aan vennootschapsbelasting (Ven.B), maar enkel op een beperkte grondslag, namelijk op de verworpen uitgaven en op de abnormale of goedgunstige voordelen of de lonen en commissies waarvoor geen fiches werden opgesteld;
    • vanaf 1 januari 2016, bedraagt de roerende voorheffing op de dividenden uitgekeerd door de GVV 27%, onder voorbehoud van eventuele afwijkingen voorzien door de wet (en het Koninklijk Besluit ter uitvoering van het Wetboek Inkomstenbelastingen) of door de dubbelbelastingverdragen.

    Vennootschappen die aan de FSMA hun erkenning als GVV aanvragen of die met een GVV fusioneren, zijn onderworpen aan een specifieke belasting (“exit taks”)1, vergelijkbaar met een liquidatiebelasting, op de netto latente meerwaarden en de vrijgestelde reserves, van 16,5%, vermeerderd met de bijkomende crisisbijdrage van 3%, hetzij 16,995 % in totaal.

1 De berekening van de exit taks is gepreciseerd in de administratieve omzendbrief van 23 december 2004 met referentie AFER nr. 43/2004.